Blogs

mg_2146-e1425574718334

Helm op

Nu de lente weer is begonnen, halen steeds meer fietsliefhebbers hun racefiets weer voor de dag. Gelukkig zetten de meeste mensen tegenwoordig ook een valhelm op als ze op de racefiets stappen, maar er zijn ook nog altijd mensen die het vertikken om dit te doen.

Zelf behoorde ik ook jarenlang tot de categorie der koppigen, die vond dat het dragen van een valhelm niet nodig was. Omdat ik de meeste kilometers in mijn eentje fietste, dacht ik dat mij toch niets kon gebeuren. Wie kon mij immers wat maken?

Jarenlang ging dit goed, tot ik op een regenachtige dag in het mooie dorpje Esch op de motorkap van een auto belandde omdat een automobilist mij geen voorrang verleende. De voorruit van de auto was verbrijzeld en met mijn hoofd belandde ik op straat. De ambulance werd opgeroepen, politie kwam ter plaatse, een bezoek aan de huisartsenpost volgde. Gelukkig hield ik er enkel een klein hoofdwondje en gekneusde rib aan over, maar ik besefte me dat het lichamelijke letsel veel erger had kunnen zijn. Sinds die dag stap ik nooit meer op de fiets zonder een helm op.

Afgelopen weekeinde was ik daar weer eens blij om. Tijdens een tochtje op de ATB door de Loonse en Drunense Duinen raakte ik even van het juiste pad en reed ik recht op een boom af. Gelukkig kon ik op het laatste moment de boom nog ontwijken, maar enkele seconden later klapte ik eerst met mijn helm en daarna ook met mijn gezicht tegen de bevroren grond. Met een hoop zand in mijn mond en enkele schaafwondjes op mijn gezicht kon ik mijn weg vervolgen.

Natuurlijk is het dragen van een helm voor een fietser geen garantie dat er niks kan gebeuren, maar in het hedendaagse verkeer is het zeker geen overbodige luxe. Sterker nog, het is dringend aan te raden om een helm op te zetten als u op een racefiets stapt. Dus ook voor alle koppigen: vanaf nu helm op!


Tour_de_France_1996

Tourstart in Brabant?

Dit jaar is het op de kop af 20 jaar geleden dat de Tour de France van start ging in ‘s-Hertogenbosch. Zou het niet mooi zijn als de Tour in de komende jaren nog eens van start gaat in onze schitterende provincie?

Het lijkt al weer een eeuwigheid geleden dat de Zwitserse Nederlander Alex Zülle in de proloog in een kletsnat ‘s-Hertogenbosch naar het geel snelde. De Brabanthallen vormde het kloppend hart van de Tourstart.

Een dag later trok de Tourkaravaan door het Brabantse land tijdens de etappe Den Bosch – Den Bosch. Langs de hele route stond het publiek rijendik aan de kant van de weg. Hele dorpen liepen leeg om een glimp op te vangen van de reclamekaravaan, renners en ploegleiderswagens.

De Fransman Moncassin spurtte aan het eind van de etappe verrassend naar de winst voor een stevig balende Jeroen Blijlevens.

De Tourstart zorgde voor honderdduizenden belangstellenden langs de weg en in de stad en zette ‘Bois-Le-Duc’ internationaal nog maar eens op de kaart. Bovendien zagen miljoenen mensen de uitzending van de Touretappes op TV.

Het is de enige keer dat een grote wielerronde in Brabant is gestart. Wordt het daarom langzamerhand niet eens tijd dat er opnieuw een grote ronde vanuit Brabant vertrekt? Assen had in 2009 de start van de Vuelta, Groningen in 2013 de start van de Giro, Utrecht vorig jaar de start van de Tour de France en Apeldoorn dit jaar opnieuw de start van de Giro.

Brabant wil in de komende jaren uitgroeien tot dé fietsprovincie van Nederland. Zou het niet geweldig zijn als de Tourstart bijvoorbeeld in 2020 opnieuw in Brabant wordt gehouden? Succes verzekerd!


1796504_1461923337357063_1855148992_n

Rein en Richard

Op 2 en 3 januari 2016 wordt in Sint-Michielsgestel de Grand Prix Groenendaal verreden. De naam Groenendaal is al jarenlang onlosmakelijk verbonden met het veldrijden.

Rein Groenendaal was in de jaren ‘70 en ‘80 een van de beste Nederlandse veldrijders en vocht in die jaren vele duels uit met zijn grote rivaal Hennie Stamsnijder. In zijn blauw-witte outfit, gesponsord door het Belgische fietsenmerk Superia, snelde Groenendaal in eigen land van de ene naar de andere overwinning. Zijn ketting leek altijd op zijn zwaarste versnelling te staan. Op zware modderstukken, waar anderen moesten lopen, kon Rein vaak net een stukje langer doorfietsen.

Bij Nederlandse kampioenschappen stuitte Rein meestal op de iets sterkere Hennie Stamsnijder. Tot hij in 1985 zijn grote rivaal bij het NK in het Drentse Gieten wél wist te verslaan. De beelden van de bemodderde Reintje, die op de schouders wordt genomen door zijn supporters, staan nog altijd scherp op mijn netvlies.

Als Rein in 1992 afscheid neemt, rijdt zijn zoon Richard inmiddels ook al enkele jaren bij de amateurs. Hij blijkt een groot talent en wordt in 1989 al wereldkampioen veldrijden bij de junioren. Maar ook op de weg staat Richard zijn mannetje. Zo wordt hij tweede op het WK ploegentijdrit voor junioren en neemt hij in 1992 deel aan de wegwedstrijd van de Olympische Spelen in Barcelona.

Zijn belangrijkste successen boekt Richard echter ook in het veldrijden. Zijn mooiste overwinning is ongetwijfeld het WK veldrijden in 2000 in zijn eigen woonplaats Sint-Michielsgestel. Vanaf het begin van de koers neemt Groenendaal het heft in handen en rijdt hij overtuigend naar de regenboogtrui. Op het podium wordt hij vergezeld door de Belgen Mario de Clercq en Sven Nys. Heel Sint-Michielsgestel staat op zijn kop en er wordt tot diep in de nacht gefeest.

Richard wint daarnaast ook nog twee keer zilver op een WK en wordt acht keer Nederlands kampioen bij de elite. Verder behaalt hij drie keer de eindzege in de Wereldbeker en twee keer de eindwinst in de SuperPrestige. Begin 2009 neemt hij afscheid.

Met de Grand Prix Groenendaal blijft de naam Groenendaal nog altijd verbonden aan het veldrijden in Sint Michielsgestel. Een eerbetoon dat vader en zoon zeker verdienen.


img_20150801_142417615

Nederlands wielermuseum

Het was de laatste dag van onze vakantie aan het meer van Lugano in Italië, net over de grens bij Zwitserland. Na een hele week met mooi weer, zag het er op deze dag bewolkt uit. In een toeristisch boekje over bezienswaardigheden in de omgeving van het Comomeer, las ik in het Engels een stukje over het sanctuarium en wielermuseum van Madonna del Ghisallo.

Om de tijd te doden besloten we naar het wielermuseum te rijden. Een mooie rit langs allerlei kleine plaatsjes langs het Comomeer volgde. De Google-maps app op mijn mobiele telefoon leidde ons vervolgens het laatste stuk naar Madonna del Ghisallo. Bovenop de berg stond een kleine kapel met daarvoor standbeelden van de vroegere Italiaanse wielerhelden Fausto Coppi, Gino Bartali en Alfredo Binda.

Bij het betreden van de kapel, wist ik niet wat ik allemaal zag. Fietsen van diverse grootheden uit de wielersport hadden hun plek gevonden in de kapel. Maar ook wielershirts, foto’s en trofeeën stonden er opgesteld. Een fiets die mij direct opviel was het futuristische rijwiel waarmee Francesco Moser in 1984 het werelduurrecord van Eddy Merckx aanviel in Mexico. Hij was destijds de eerste renner die met dichte wielen en een ossekopstuur reed. Ik herinner mij nog hoe ik deze fiets als brugklasser in mijn agenda natekende.

Ook de fiets van Maurizio Fondriest hing er, de wereldkampioen bij de profs in Ronse in 1988. Meteen schoot die memorabele eindsprint met de val van Claude Criquielion, na een vreemde manoeuvre van de Canadees Steve Bauer, weer door mijn hoofd.

Na al die herinneringen in de kapel besloten we ook het naastgelegen wielermuseum te bezoeken. Ook hier kwamen weer vele memorabele wielermomenten bovendrijven in mijn gedachte. Fietsen van legendes als Eddy Merckx, Felice Gimondi, Fausto Coppi, Gino Bartali en Beppe Saronni waren er te bewonderen. Maar ook de Bianchi van Marco Pantani en de Colnago waarmee Tony Rominger het werelduurrecord verbeterde. Daarnaast hing er de grootste verzameling met roze truien van winnaars van de Giro d’Italia en een groot aantal regenboogtruien van vedettes als Gianni Bugno, Paolo Bettini en Mario Cipollini.

Met een hoofd vol mooie wielerherinneringen reed ik aan het eind van de middag weer richting Nederland. Maar ook met de gedachte dat zo’n wielermuseum ook in Nederland niet zou misstaan. Want alleen al in de provincie Noord-Brabant hebben we diverse gele truidragers, Olympisch kampioenen, wereldkampioenen en klassiekerwinnaars die een plek verdienen in zo’n wielermuseum. Denk maar eens aan Gerrit Schulte, Jan Pijnenburg, Wim van Est, Wout Wagtmans, Rini Wagtmans en enkele decennia later Adrie van der Poel, Johan van der Velde, Bert Oosterbosch, Leontien van Moorsel, Bart Brentjens, Henk Baars, Richard Groenendaal, Lars Boom, Marianne Vos en vele anderen die ik nu nog niet heb genoemd.

Misschien is een Nederlands wielermuseum helemaal nog niet zo’n gek idee….


img_3048

Herinneringen aan Bert Oosterbosch

“De wielerherinneringen van Bert Oosterbosch zijn terug in Eindhoven, waar ze thuishoren”, vertelde wielermicrofonist Jan Peeters bij het eerbetoon aan de oud-wereldkampioen in het Wielercentrum aan de Nachtegaallaan in Eindhoven. “Deze stad is in de afgelopen jaren zo’n beetje alle wielerevenementen die er ooit werden gehouden kwijtgeraakt. Daarom moeten we koesteren dat er hier nu een permanente plek komt waar wielerliefhebbers bij elkaar kunnen komen en waar ook deze wielerherinneringen een plek krijgen.”

Een groot aantal leiderstruien, rood-wit-blauwe truien, regenboogtruien, medailles en krantenartikelen hebben een plek gekregen in de expositieruimte. In het bijzijn van zijn vrouw, dochters familie, vrienden en vele bekenden uit de wielersport werd gisteren de blijvende tentoonstelling van de nalatenschap van Bert Oosterbosch geopend. Daarbij werden ook vele herinneringen en anekdotes verteld. Onder meer door Bart van Est, Guus Bierings, Jan van Houwelingen en oud-bondscoach Rini Wagtmans met wie Oosterbosch samen wereldkampioen ploegentijdrit werd in 1978. Uit hun woorden werd het beeld geschapen van een sterke, talentvolle, ondeugende, lieve en soms ook wat onzekere sportman, die tot grootse daden in staat was als hij het op zijn heupen had.

In vrijwel alle grote wedstrijden droeg Oosterbosch (1957) wel eens een leiderstrui. Als beroepsrenner bij TI-Raleigh, Daf Trucks en Panasonic behaalde de Eindhovenaar tientallen zeges. Hij won onder andere tijdritten in de ronde van Spanje, Parijs- Nice en de ronde van Zwitserland. Ook wist hij drie etappes in de Tour de France te winnen. In zijn debuutjaar bij de profs bij TI Raleigh in 1979 werd hij direct wereldkampioen op de achtervolging door Francesco Moser in de finale te verslaan. Op zijn palmares staan verder onder andere het eindklassement van de Ronde van Luxemburg, de Vierdaagse van Duinkerken, de ronde van Nederland, de ronde van Amerika, de Ster van Bessèges, Driedaagse van de Panne en de E3-prijs. Na tal van blessures moest Oosterbosch in 1988 noodgedwongen een punt zetten achter zijn professionele carrière. Een jaar later maakte hij echter al weer zijn rentree bij de amateurs, want stil zitten dat kon hij niet. Op 13 augustus 1989 won Oosterbosch het criterium in Bladel. Het zal zijn laatste overwinning zijn. Vijf dagen later overlijdt hij op 32-jarige leeftijd aan een acute hartstilstand.

Na zijn overlijden ontfermde zijn oud-coach Rini Wagtmans zich op verzoek van de familie Oosterbosch over de wielerherinneringen van Bert. “Ik heb ervoor gezorgd alsof het mijn eigen spullen waren en dat heb ik graag gedaan. Maar het is goed dat de spullen nu weer terug in Eindhoven zijn en dat Bert in zijn oude woonplaats Eindhoven de eer krijgt die hem toekomt”, aldus Wagtmans.


img_2712_1

Hup Marianne

Het is de laatste tijd stil rond Marianne Vos. Door blessures kwam ze de afgelopen maanden nauwelijks in wedstrijden in actie. Vos (28) heeft zich ook afgemeld voor de eerste Europese Spelen in Bakoe, waar ze zou deelnemen aan de wegwedstrijd. Ze wil nu eerst weer helemaal fit en gezond worden, voordat ze weer in actie gaat komen, staat te lezen op de website van haar team Rabo-Liv.

Dat is een verstandig besluit. Want een fitte Marianne Vos is nog altijd de beste renster van de wereld. Ik geef toe, ben fan van Marianne. Met haar indrukwekkende staaltjes op de racefiets doet ze menig wielerhart sneller kloppen. De demarrage waarmee Marianne de Cauberg op knalde tijdens het WK in Valkenburg 2012 en de concurrentie simpelweg uit het wiel was van een grootse schoonheid. Wat een talent en karakter.

Dit jaar zit het even tegen. Het begon al in januari, toen ze een blessure opliep aan haar bovenbeen bij het veldrijden. Een week voor het WK bij de wereldbekerwedstrijd in Hoogerheide, had Vos duidelijk last van haar blessure en eindigde ze anoniem in de middenmoot. Elke andere topsporter zou onderweg waarschijnlijk zijn afgestapt, maar Marianne zette door. Na afloop deelde ze ook nog ‘gewoon’ handtekeningen uit aan een aantal supporters. Een week later pakte ze ondanks haar blessure toch een bronzen medaille bij het WK veldrijden in Tsjechië, waarna een lange rustpauze en herstelperiode volgden.

Met Pasen maakte Vos haar comeback op de mountainbike in Nieuwkuijk, waar ze won voor Nederlands kampioene Anne Terpstra. Daarmee leek ze de opgaande lijn weer te pakken te hebben, tot ze enige tijd later bij een mountainbike wedstrijd in Oostenrijk ten val kwam en een gebroken rib opliep. Niet veel later stond ze toch alweer aan de start bij de 7-Dorpenomloop in haar eigen Wijk en Aalburg, waarin ze onder loodzware omstandigheden een knappe tweede plek wist te behalen. Was dat misschien even iets teveel van het goede?

Sindsdien is het opnieuw rustig rond Vos. Onlangs kwam het bericht naar buiten dat ze nu rust neemt voor een volledig herstel. Gelukkig duurt het wielerseizoen nog een aantal maanden. Hopelijk wordt Marianne Vos weer helemaal fit, kan ze dit jaar nog in actie komen en laat ze iedereen weer genieten van haar splijtende demarrages. En anders volgend jaar bij de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. Ik zie de beelden van die fraaie eindsprint van de wegwedstrijd in de regen bij de Olympische Spelen in Londen in 2012 zo weer voor me. Hup Marianne!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *